Waarom

Een goed gezond gebit is nodig voor het optimaal functioneren van het paard. De eerste stappen van het spijsverteringsproces beginnen bij de tanden. Een goed functionerend gebit is van groot belang voor een optimale opname van voer en het voorkomen van spijsverteringsproblemen. Kleine afwijkingen van het gebit kunnen directe gevolgen hebben voor de vertering van het voer in het maagdarmkanaal. Een afwijkend gedrag is dan het gevolg, zoals het slechter functioneren van het bit.

Paardentanden groeien 2 tot 5 mm per jaar en ze slijten maximaal 2 mm. Doordat de bovenkaak breder is dan de onderkaak ontstaan er scherpe punten/haken aan de buitenkant van de bovenkaak en aan de binnenkant van de onderkaak. Tijdens het kauwen slijten deze punten/haken niet of nauwelijks af, de punten worden dus groter en scherper. Deze scherpe punten beschadigen het tandvlees, de tong en de binnenkant van de wang en er kunnen gaten in het tandvlees ontstaan. Deze beschadigingen kunnen dan weer lijden tot ontstekingen en heel veel pijn.
Gebitsproblemen komen steeds meer voor, door het niet goed gelijkmatig slijten van de kiezen van het paard (dit is geen fabeltje).

Hoe werkt het dan in de natuur?
In de natuur is het voedsel dat de paarden eten veel beter voor de tanden, het is harder dus ze moeten meer kauwen waardoor de tanden dus beter zullen slijten. Het voer dat de paarden nu krijgen is veel zachter, na een paar keer kauwen slikken ze het al door. De tanden slijten dus nauwelijks. Het voer dat ze nu krijgen is wel qua voedingstoffen veel beter. Een paard dat in de natuur leeft en een mondprobleem heeft kan hieraan overlijden. Het is dus maar goed dat er gebitsverzorging bestaat!
Het voer van de paarden is in de loop van de jaren erg veranderd. Vroeger bestond het voer uit, gras en/of hooi, harde granen zoals haver en gerst, strohaksel, kaf en voederbieten. Dit voer was erg stug en hard. Nu bestaat het voer uit, hooi/voordroog, biks en of muesli, kortom veel zachtere voer soorten.

 

Paardentanden- en kiezen zijn in de loop van de evolutie toegerust voor een gebruik van gemiddeld 18 uur per dag waarbij de onderkaak op en neer gaat en de bovenkaak stilstaat. Tegenwoordig is dit veranderd. Paarden kauwen nu maximaal een paar uur per dag.

De hedendaagse paardenvoeding is anders van structuur dan een aantal jaren geleden. Het voer is nu beter in de zin van voedingsstoffen en vitamines maar veel zachter van structuur en dus slechter voor het gebit.

Er ontstaan haken, problemen op het kauwvlak en tanden die niet meer goed op elkaar passen. Ook de snijtanden slijten niet meer gelijkmatig af, waardoor ze scheef kunnen gaan groeien. De snijtanden kunnen ook veel te lang worden waardoor de kiezen niet meer goed over elkaar komen. Dit zijn nog maar slechts een paar voorbeelden van de problemen die kunnen ontstaan.

Een behandeling van het paard waaronder vijlen is niet pijnlijk voor het paard, dit komt omdat de wortel van de tand veel dieper zit.

Niet alleen het weinig kauwen, maar ook het wisselen van de tanden kan zorgen voor gebitsproblemen, waardoor het gebit niet meer optimaal functioneert. Het wisselen van de tanden vind plaats tussen het 2 ½ en 5e levensjaar. Daardoor is een regelmatige controle en behandeling van het gebit voor elk paard van groot belang. Het kan bestaande problemen verhelpen en het kan toekomstige problemen voorkomen. Zo voorkomt u als eigenaar een hoop onzichtbaar lijden/pijn voor uw paard. Voorkomen is altijd beter dan genezen.